Schaats- en Skate Vereniging Zwanenburg e.o.

100 jaar Sportief en gezellig !

04-koopmans.png03-jan-vd-hoorn.png09-breure.png14-comes.png08-liewegje.png12-zaes.png05-profile.png15-spandon.png21-bakker-van-nieuwburg.png11-abc-stalling.png17-vobi.png02-deni.png20-entree-vert.png19-lominck.png18-daro.png07-vanlaar.png16-jurrema-en-hoogenbos.png01-ctspromo.png10-van-der-geest.png

facebookmailrss

Schaatslinks

KNSB
Kunstijsbaan Haarlem
Het laatste schaatsnieuws
Schaatsen.nl van en voor alle schaatsliefhebbers

Shorttrack voor jong en oud in Haarlem

Geschiedenis Schaats- en Skate Vereniging Zwanenburg e.o.

Deze geschiedenis is opgetekend ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van Schaats- en Skate Vereniging Zwanenburg e.o. in 2019.

De informatie is ontleend aan oude kasboeken, verslagen van jaarvergaderingen, presentielijsten, correspondentie met de gemeente Haarlemmermeer en tekeningen van bestemmingsplannen, die door de vereniging bewaard zijn gebleven.

Periode 1919-1940

De vereniging is opgericht op 4 maart 1919 bij een notariële akte en is op 9 mei 1919 Koninklijk goedgekeurd. Dit is pas zes jaar nadat het dorp de naam Zwanenburg heeft gekregen. Daarvoor heet het buurt bij Halfweg. Over de eerste zes jaren van de vereniging is niets bekend. Vanaf de jaarvergadering in 1925 is men bij gaan houden, wie er aanwezig zijn op de vergadering. De jaarvergaderingen worden meest gehouden in september/oktober. Wat opvalt is, dat er in de vooroorlogse jaren steeds veel leden aanwezig zijn. In het jaar 1925 waren het bijvoorbeeld 63 mensen. De namen wijzen uit dat het veelal mensen uit alle lagen van de bevolking betreft. Zowel (rijke) boeren als middenstanders, maar ook veel (land)arbeiders. Ook kom je veel namen tegen van families die ook bekend zijn als wielerfamilie. Zij zijn ook lid van wielervereniging de Bataaf, die overigens vier jaar na de ijsclub wordt opgericht en in die tijd nog in Halfweg zetelt. Uit overlevering is bekend dat de landijsbaan voor de oorlog op het terrein is ,van wat later na de oorlog de kantoormeubelfabriek van de Cirkel zou worden, gelegen aan de Domineeslaan. Dit is naast een wasserij/blekerij en ligt ongeveer 2 á 300 meter oostelijker dan de baan nu ligt.

Uit de tijd net voor tot net na de oorlog dateren ook verhalen over een ijshockeyteam”de Snelle Zes” van o.a. de gebroeders Slegers uit de Beukenlaan. Zij kwamen voort uit onze ijsclub en deden mee in de Amsterdamse ijshockeycompetitie en waren een gevreesd team. Hiervan zijn nog foto’s en een krantenartikel. Ome Jan Cornelissen, nu 92 jaar en oud-voorzitter van de Bataaf, weet dit nog. Hij vertelt een leuke anekdote. De ijshockeyers hadden balken van 10 bij 10 cm in doorsnee en 4 meter lang. Hiermee maakten zij een hockeyveld op het ijs, zodat de puk niet steeds eindeloos ver weg gleed. Deze balken werden opgeslagen bij het clubhuis van de Bataaf. Toen in 1968 het huidige clubhuis van de Bataaf werd gebouwd zijn deze balken gebruikt voor de constructie zegt ome Jan. In de kasboeken is overigens over een vergoeding hiervoor niets terug te vinden.

In de jaren voor de oorlog is er in het dorp ook concurrentie van een professionele ijsbaan in Halfweg net buiten het dorp. Een ondernemer had een verplaatsbaar paviljoen aangekocht vanaf het Rokin en zette dit op aan de N 200 net buiten Halfweg. Dit is de snelweg van Haarlem naar Amsterdam. Hier was in de winters van 1932 tot 1943 een commerciële ijsbaan. Er was ook een tramhalte, zodat mensen uit Amsterdam met de tram naar de ijsbaan in Halfweg konden komen. Dit was ook de tram die in die jaren van Amsterdam naar Zandvoort reed. In de oorlog vorderde de Duitse bezetter het paviljoen, om het in Santpoort te gebruiken als bekisting voor betonconstructies t.b.v. de atlantic-wal (verdedigingswal voor aanvallen vanuit Engeland). De eigenaar kreeg hier een vergoeding van 25.000 gulden voor van de bezetter. Dus wie beweert dat de Duitsers alles hebben gepikt in de oorlog krijgt hier geen gelijk. Zie meer hierover op de website van de Historische vereniging van Halfweg. In 1939 is de contributie voor de ijsclub 1,50 gulden per jaar voor een lid of gezin.

Periode 1940 tot 1970

In de oorlogsjaren worden de jaarvergaderingen minder goed bezocht. Dit is uit de presentielijsten op te maken. Vermoedelijk had men andere zorgen aan het hoofd en waren veel jonge mannen (potentiële schaatsers) er niet. Over ijsactiviteiten wordt niets gemeld, hoewel er wel veel ijs is in die jaren. Er is wel een boekje waarin staat wie er contributie heeft betaald en wie niet. De penningmeester is er dus nog wel. Er zijn dan 175 leden. In de 50-tiger jaren zijn er weer jaarverslagen. De contributie wordt met één gulden verhoogd naar 2,50 gulden omdat men geld nodig heeft voor een nieuwe ijsbaan. Duidelijk wordt dat door de aanbouw van kantoormeubelfabriek de Cirkel, de IJsclub zijn landijsbaan kwijt is geraakt. Men is driftig op zoek naar een terrein wat men in de winter onder water kan laten lopen. De voorzitter heeft contact met het kerkbestuur van de R.K. kerk over een terrein van de kerk en met sommige boeren onderhandeld men over een stuk land. Iedere jaarvergadering zijn er discussies over dit onderwerp. Aan elk terrein mankeert wel iets of het is te duur. Bij strenge vorst wordt er op de ringvaart bij de Suikerfabriek een baan uitgezet. Met de directeur van de fabriek wordt afgesproken dat als er ijs is, de schijnwerpers die bij de fabriek aanwezig zijn, 180 graden gedraaid worden, zodat er licht op het ijs is. Dit werkt prima. Er is in die periode regelmatig discussie over het feit dat sommige leden vinden dat er op zondagen wedstrijden georganiseerd moeten worden. Dit zou meer publiek en deelnemers trekken. Dit brengt echter de leden tegenover elkaar. Volgens het bestuur kan er statutair niet op zondag gereden worden. Ook wordt er in 1955 een meneer van Putten erelid omdat hij 30 jaar, dus vanaf de beginjaren van de vereniging, een voorbeeldig bestuurslid is geweest. In 1956 wordt melding gemaakt van het feit, dat achter wat nu hotel Zwanenburg in de Olmenlaan is, de daar liggende tennisbanen in de winter onder water mogen voor een ijsbaan. Omdat het terrein niet zo heel groot is, heeft men het er over dat alleen leden dan op het ijs zullen mogen. Het lijkt er op dat er bijna ieder jaar, soms maar een tot enkele dagen, wel wedstrijden worden georganiseerd. Soms gebrekkig en met slecht ijs en is men blij dat er geen ongelukken gebeuren. Maar in sommige winters zijn er ook veel langere perioden van ijs. Ook probeert men steeds snel schoolkampioenschappen te organiseren. De prijzen die gewonnen worden zijn veelal zakken met aardappelen, taarten, dozen sigaren, sloffen sigaretten en worsten. Voor de kinderen allerlei andere kleine dingen. Ook worden er arrenslee wedstrijden gehouden en is er ringsteken op het ijs.

In 1958 is men optimistisch omdat één van de leden, dhr. Tienstra, die voorman of baas bij de firma van Essen is, weet te melden dat er een stuk land beschikbaar is bij de Grote Braak in Halfweg. Dit land is eigendom van dhr. Van Essen, in die tijd een bekende werkgever uit het dorp, en mag gebruikt worden om een landijsbaan op aan te leggen. Een jaar later zegt het jaarverslag dat het enthousiasme nogal bekoeld is, omdat een dragline is weggezakt en er veel kosten moesten worden gemaakt vanwege verplaatsing van grond e.d. Al het vermogen van de vereniging gaat op aan de aanleg van de baan. Cor Smit een bekende handelaar in zand en grind uit Lijnden, doet de verplaatsing van de grond voor een koopje (1700 gulden). Er is dan nog 100 gulden in de clubkas over. Er zijn volgens de voorzitter tijdens de aanleg van de baan ook veel krachtige woorden gevallen, waarvan het beter is dat deze niet in de notulen komen. Begin 1959 is de baan klaar en zegt de voorzitter dat hij hoopt dat er lang van de baan genoten kan worden, want het heeft veel moeite en geld gekost. Er volgen echter enkele ijsloze jaren en is er geen informatie, waaruit blijkt of er nog geschaatst wordt op deze baan. In 1962 wordt er geld uitgegeven aan een uitje met een aantal leden naar de Jaap Edenbaan, de eerste kunstijsbaan van Nederland, die in december 1961 voor het eerst open is. 1963 is een gedenkwaardig jaar omdat er 3 maanden een strenge winter is. Het is het jaar van Reinier Papings overwinning in de Elfstedentocht. Men is de hele winter op de Ringvaart aan het schaatsen en het bestuur vergaderd in café Oosterbaan te Halfweg bij het gemaal. Dus bij het ijs. Uit de kasboeken wordt duidelijk dat de vereniging financieel een topjaar heeft met heel veel activiteiten. Het bestuur koopt regelmatig dozen sigaren om te vergaderen, het kan niet op. De rekeningen t.a.v. consumpties in het café zijn navenant. Kortom deze winter is de droom van elk schaatsbestuur. Er is een veelheid aan wedstrijden en andere activiteiten, iedereen geniet die winter. Hierop volgen weer enige jaren met heel weinig winter activiteit. Dit is te zien aan het uitgavenpatroon in de boekhouding. Er zijn nu van enkele jaren ook geen jaarverslagen aanwezig. Wel wordt er in 1970 een bijdrage van 20 gulden gedaan t.b.v. een cadeau voor Ard Schenk die toen wereldkampioen werd.

Periode 1970 -2000

Wielervereniging de Bataaf is sinds 1964 met de gemeente in gesprek om een wielerparkoers aan de Kinheim aan te leggen. In 1968 komt deze er ook. Op welk moment de IJsclub precies in beeld komt is niet helemaal duidelijk, maar in de jaarvergadering van 28 april 1969 wordt er voor het eerst melding gemaakt van het feit dat er een landijsbaan op het Bataaf wielerterrein komt. Er is veel optimisme en er zijn Bataaf bestuursleden(dhr. Hensbergen) op onze jaarvergadering. Er wordt een bestuursvoorstel in stemming gebracht om te gaan fuseren met de Bataaf. Dit voorstel wordt daar ook aangenomen. Uiteindelijk zal deze fusie niet doorgaan, omdat de KNSB dit tegen houdt. Van oud bestuursleden van de Bataaf hoor ik dat het belangrijkste argument is, dat het wielrennen betaalde beroepssporters heeft en het schaatsen niet. Dit speelt met name in die tijd, vanwege de Olympische spelen, waaraan in die jaren alleen amateursporters mogen mee doen. Reglementair staat het om die reden onder de KNSB vallende verenigingen niet vrij om met een wielerclub samen te fuseren. In het jaar daarna is men vooral bezig om de landijsbaan in te richten met een pomp, verlichting, waterleiding e.d. De contributie wordt in 1970 om die reden verhoogd van 5 gulden naar 7,50. In het bestuur komen mensen die wij nog kennen of gekend hebben. Zoals Gerrit Cornelissen die bijna 40 jaar penningmeester is geweest en Jan Elias, de vader van Marcel en Milko Elias. Verder is er in de 70-tiger jaren niet heel veel te melden. De vereniging doet het financieel goed, maar er is niet heel veel ijs en uit de boekhouding blijkt niet dat er veel wordt uitgegeven aan activiteiten. Pas in 1979 is er weer een forse winter met veel wedstrijden op de baan. Er zijn dan ook veel inkomsten en er wordt een bedrag van 3000 gulden uitgegeven aan een lichtmast en 2000 gulden aan lampen. De PEN zorgt voor aansluiting op het elektriciteitsnet.


Ergens rond 1980 begint de club schaatslessen op de nieuwe kunstijsbaan te Haarlem te organiseren. De kunstijsbaan in Haarlem moet echter na opening weer vrij snel sluiten wegens verzakking. De vereniging gaat enkele jaren naar Alkmaar om daar te schaatsen. Er worden bussen gehuurd voor vervoer er naar toe. In de jaren 80 is er verder niet heel veel concrete informatie. Geen boekhouding e.d. Wel is duidelijk dat de gemeente weer grond nodig heeft en van het sportterrein grond af wil nemen. Er is veel overleg met de Bataaf, de dorpsvereniging, de provincie Noord Holland e.d. De grootste angst van de IJsclub is dat er geen 400 meter baan meer op het terrein past. Uiteindelijk is dit ook wat er gebeurd. Het terrein wordt kleiner t.b.v. het industrie terrein. Er komt een nieuw huurcontract waarin staat dat de clubs zelf het terrein moeten gaan onderhouden. Wel gaat dan de huur voor het terrein fors naar beneden.


Vanaf de 90er jaren is er weer juist veel informatie. De club floreert geweldig. Er zijn net twee Elfstedentochten geweest in 85 en 86 en Nederland doet het dan goed met schaatsen op internationaal niveau. Begin 1991 is er informatie waarin staat dat er 300 kinderen uit de hele Haarlemmermeer schaatsles bij de IJsclub Zwanenburg krijgen. Er is ook een forse wachtlijst. Vanuit het jeugdschaatsen gaan veel kinderen wedstrijdschaatsen. Er zijn zeker 5 schaatstrainers werkzaam o.a. Wim Boesveld, Cees Grevenstuk, Willem v.d.Kieft en Ruud Bernard. Er is een landijsbaan commissie (Fam. Verhagen, Koper, Elias en van Huizen) en er is een kunstijsbaan commissie (Fam. Hovius, Hin, v.d.Kieft en Groenewoud). Daarboven een hoofdbestuur (Rein Zurburg, Mieke Verhagen, Gerrit Cornelissen en Frans Eggermond). In 1994 wordt er op de landijsbaan een onderkomen gebouwd voor de ijsclub. Dit is voor opslag van gereedschap en als er ijs is dient het als koek en zopie ruimte. Hiervoor wordt geld geleend bij de Bataaf en bij enkele leden. Het betreft het oude clubhuis van de plaatselijke tennisvereniging Lucky Strike dat met vrijwilligers wordt opgebouwd. Er is ook enkele keren sprake van animositeit tussen de besturen van de ijsclub en de Bataaf. Het onderwerp is dan het op tijd terugbetalen van de vooraf gesproken afbetalingstermijnen van het clubhuis. Het langebaanschaatsen wordt steeds populairder. Er worden via de club zelfs trainingskampen op Papendal gehouden. Kosten 5000 gulden. Eind 90-tiger jaren ontwikkelt de club een eigen natuurijstocht, “de Houtraktocht“ in het recreatiegebied over het spoor bij Halfweg, die een aantal keren verreden wordt. Ons huidig erelid Rein Zurburg wordt voorzitter, maar velen kennen hem vooral als een enthousiaste schaats begeleider. Er zijn in die jaren veel acties om aan geld te komen. Veel ouders met kinderen op jeugdschaatsen helpen in die jaren in de organisatie van de vereniging. Kortom de club bruist.

2000 tot heden

Over de jaren 2000 tot 2010 is er merkwaardig genoeg niet veel bewaard gebleven. Het vermoeden is dat er veel informatie in computers terecht is gekomen. Omdat het voornamelijk computers van privé personen betreft is de informatie niet beschikbaar voor de club. Sinds wij daar achter zijn slaan wij alle info op in de cloud, zodat het beschikbaar blijft voor de vereniging. Bekend is dat er in die tijd drie avonden per week schaatsen is voor liefhebbers op de kunstijsbaan in Haarlem. Veelal begeleid door Rein Zurburg en Engel Lever, een schaatstrainer uit Zandvoort. Veel mensen uit het dorp maken hier gebruik van. Het wedstrijdschaatsen betreft een grote groep jeugd, met als grootste talenten Arjan v.d. Kieft en Esther Pennings. Rond 2010 zijn er nog ongeveer 100 kinderen bij het schoolschaatsen, een kleinere groep dan eerdere jaren, maar nog steeds is er jonge nieuwe aanwas. In 2014 wordt er door een aantal verenigingen gebrainstormd, mede op verzoek van de gemeente Haarlemmermeer, over het toekomstige gebruik van het sportterrein aan de Kinheim. De gemeente wil graag naar een intensiever gebruik van het sportterrein. Dit leidt tot het ophogen van het ijsbaan terrein en handbalvereniging VOS uit Lijnden krijgt er een handbalveld. De St. Feestweek Zwanenburg gebruikt de ijsbaan in juni voor het jaarlijkse dorpsfeest. Met sportevenementen kan het terrein als parkeerplaats worden gebruikt en er komt een grasveld voor andere sporten en mogelijk ook buitensport voor de scholen in de buurt. Elders op het terrein ontwikkelt de Bataaf een BMX baan. In deze periode wordt ook besloten om de natuurijstocht “de Houtraktocht” niet meer te verrijden in verband met de hoge kosten en de eisen die worden gesteld aan zo’n organisatie tegenover het feit dat er maar incidenteel voldoende vorst is voor zo’n tocht.

Rond 2015 komen er gesprekken op gang met de Skeelerclub Zwanenburg die al vanaf 1988 als zelfstandige vereniging in de zomer op de wielerbaan skeeleren. Deze gesprekken leiden tot een fusie in 2017. Deze fusie leidt weer tot een gang naar de notaris en de huidige naamsverandering: Schaats- en Skate Vereniging Zwanenburg e.o. Eind 2017 werd onze vereniging benaderd door Shorttrack Haarlem. Zij willen onderdeel van onze vereniging worden. Zij zijn al enige jaren als een groep enthousiasten bezig op de baan in Haarlem, maar zijn nog steeds geen rechtspersoon. In verband met verantwoordelijkheid en handelingsbevoegdheid is dit wel wenselijk. Het bestuur besluit hen ook onderdeel van de vereniging te laten zijn. Zo zijn er afgelopen jaren weer nieuwe ontwikkelingen in de vereniging die de vereniging eigentijds houdt. Momenteel heeft de club bijna 700 leden. In het voorjaar van 2019 vieren wij het 100-jarig bestaan.